zondag 18 september 2011

Moeder

Hij treft haar in haar rolstoel.
Zittend op haar kamer.
Wachtend. Zoals iedere dag er voor
en iedere dag hierna.

"Dag Mam".
Langzaam komt zij bovendrijven uit een staat van zijn.
Leeft zij op bij het bijna bekende stemgeluid.
"Ben jij het?".
Soms raadt ze het goed, als hij opnieuw spreekt.
Soms niet, maar dat geeft niet. Zij is een moeder van een groot gezin.

Weer weet zij het komend uur haar leven zinvol.
en zal zij na dat uur zich richten op dat andere uur, morgen misschien.
Als een ander dezelfde woorden spreekt: "Dag mam".
Het leven wordt per dag geleefd.

Zij kan niet loslaten.
Niet dat zij bang is voor de dood.
Zij is bang voor het afscheid.
Een moeder laat niet los wat eens ondeelbaar van haar was.
Zij wil niets missen uit het leven van haar kinderen
vult met die momenten de enorme leegte van het nu.
Zij wil nog niets missen.
Leeft eigenlijk slechts nog voor hen,
door hen.

De afgelopen jaren zijn haar herinneringen
verworden tot steeds kleinere cirkels in de vijver.
En met het doven van haar ogen
trekt ook het laatste licht zich terug in de kathedraal van haar geest.
De wetenschap dat die grootsheid er nog is
maar niet gezien kan worden.
Tot de laatste flakkering
haar in het duister achterlaat.

"Kon ik maar zien", zegt ze.
Maar langzaam vervagen de beelden in haar hoofd tot sepia.
En zijn er andere beelden,
kleinkinderen
nooit zichtbaar geweest.

Ochtend wordt avond
en gisteren vandaag.
Nacht is altijd.

Hij vindt het moeilijk te komen
omdat waar vroeger soms een stilte viel tussen de woorden,
nu soms een woord valt tussen de stiltes.
Vertelt hij over de kinderen
en tovert daarmee een lach op haar gezicht.
Ziet hij weer even wie zij was:
betrokken, nieuwsgierig, zelfstandig.
Nog weet zij soms kleine details,
verjaardagen, vakanties.
Nog is zij soms de schakel tussen verhalen van broer en zus.
Weten zij van elkaar
omdat zij onthoudt
en doorgeeft.
Nog wel.

Maar moeilijker dan het komen
is het weggaan.
Als zij achterblijft.
"Dag mam"
"Dag jongen"
In haar eigen stille huls.
Met niets anders dan gedachten
om haar bezig te houden.
En te wachten op het volgende bezoek.

In de deuropening kijkt hij om.
Kijkt haar aan.
Zijn gezicht zegt:
Je mag me loslaten.
Je hebt alles gedaan,
me geholpen te worden tot wie ik ben.
Het is goed geweest.

Maar zij ziet zijn gezicht niet.

1 opmerking: